Column: Nog maar negentien jaar

“In de spreekkamer tref ik een bang en huilend meisje aan, samen met haar intens verdrietige ouders.” In haar column in Oncologica laat Anja Kearney haarfijn zien hoe aangrijpend het werk op haar afdeling kan zijn. Ze is doktersassistente poli Interne Oncologie/Hematologie/Neuro-oncologie Erasmus MC Kanker Instituut, locatie Daniel den Hoed.

Dr. F, hematoloog, loopt de backoffice van onze polikliniek binnen. Hij vraagt onze assistentie bij een beenmergpunctie. Dit gebeurt dagelijks, maar deze keer vraagt hij specifiek om een oudere en ervaren doktersassistente. Hij heeft een negentienjarig meisje in zijn spreekkamer met een recidief, haar levensverwachting is slechts enkele weken. De hematoloog heeft dit zojuist aan het meisje en haar ouders moeten vertellen. Om te beoordelen of er nog een experimentele behandeling mogelijk is, moet een beenmergpunctie  gedaan worden. Vandaag ben ik niet de enige ervaren doktersassistente, maar wel de enige oudere. Mijn blik schiet, als in een reflex, naar mijn twintigjarige dochter die sinds kort tijdelijk bij ons op de polikliniek werkt.

Rustige ademhaling

Ik sta op en ga mee met de arts. In de spreekkamer tref ik een bang en huilend meisje aan, samen met haar intens verdrietige ouders. Het is een vreselijk triest gezicht. Ik slaak een diepe zucht alsof ik hiermee meer moed kan verzamelen. Buiten het grote verdriet is het meisje angstig voor de beenmergpunctie. Ze roept om haar moeder, gilt en begint te hyperventileren. Nadat ik alle benodigdheden voor de arts heb klaargelegd, ga ik bij het hoofdeinde van de onderzoeksbank staan en buig me over het meisje heen. Ik praat op haar in, wrijf over haar rug en probeer haar uit haar paniek te halen. Haar ouders houden haar handen vast, ze kunnen geen woorden van troost vinden. Het lukt mij enigszins haar te laten focussen op een rustige ademhaling en af te leiden van haar angst. De punctie gaat in één keer goed. We laten haar even bijkomen en verlaten de kamer. Op de gang blijven we even staan. Net als voor mij is het ook voor dr. F. heftig en het is prettig om hier samen over te kunnen praten. We moeten ons allebei herpakken.

Weg

Even later ga ik terug naar het meisje en haar ouders. Ze staan direct op en willen naar huis. Ik krijg geen kans om in gesprek te gaan, ze willen weg. Ik vraag of ik iets voor ze kan doen. Er wordt nee geschud. Aan de vader vraag ik of hij in staat is auto te rijden. Hij knikt ja. Nog steeds zijn de ouders met lamheid geslagen. En het meisje huilt en huilt. Maar ze willen niets. Ze willen weg.

Ik loop terug naar de backoffice met een dikke brok in mijn keel en zie mijn dochter zitten. Ze is geconcentreerd aan het werk en heeft niets mee gekregen van dit verdriet. Ik kriebel even in haar nek. Mijn mooie, gezonde en gelukkige dochter. Ik tel mijn zegeningen.

Bekijk hier alle reeds verschenen edities van Oncologica.